Gokschade blijft vaak niet beperkt tot geldverlies. Het Trimbos-instituut heeft een Nederlandse vragenlijst ontwikkeld die ook gevolgen voor relaties, gezondheid, werk en studie meet. De eerste resultaten, gepubliceerd op 27 oktober, zijn gebaseerd op 1.199 deelnemers. Ook mensen met weinig kenmerken van problematisch gokken rapporteerden schade.
De vragenlijst bevat 26 vragen over ervaringen in de afgelopen twaalf maanden. De deelnemers kwamen uit een onderzoekspanel en uit online advertenties. Die samengestelde groep is niet representatief voor Nederland: de percentages beschrijven deze deelnemers en zijn geen landelijke cijfers.

Van spaargeld gebruiken tot slechter slapen
De vragenlijst heet in het Engels de Dutch Gambling Harms Question Inventory (D-GHQI). De lijst bestrijkt zeven domeinen: financiën, relaties, mentale gezondheid, lichamelijke gezondheid, werk of studie, de gemeenschap en betrokkenheid bij criminaliteit. Daarnaast is er een vraag over meer alcohol, tabak of drugs gebruiken door het gokken.
De vragen maken de gevolgen concreet. Deelnemers geven bijvoorbeeld aan of zij door gokken op dagelijkse uitgaven hebben bezuinigd, geld hebben geleend of bezittingen hebben verkocht. Andere vragen gaan over liegen tegen familie, ruzie, somberheid, minder slapen en niet op werk of studie verschijnen.
Bij 21 vragen geven deelnemers aan hoe vaak iets gebeurde, van nooit tot bijna altijd. Vijf andere vragen gaan over gebeurtenissen, zoals een verbroken relatie of het verlies van een baan, met ja of nee als antwoord. Bij de vergelijking tussen groepen telt iemand als getroffen zodra minstens één van de 26 schadevormen is gemeld.
Verschillen tussen groepen deelnemers
Het onderzoek combineert 977 deelnemers uit het panel van No Ties met 222 mensen die via advertenties meededen. In de advertentiegroep zaten relatief meer mannen. Ook de ernst van het gemelde problematische gokgedrag verschilde sterk tussen de twee groepen.
Die ernst is gemeten met de Problem Gambling Severity Index (PGSI), een aparte vragenlijst van negen vragen. De gemiddelde score was 1,24 in de panelgroep en 5,85 in de advertentiegroep, op een schaal van nul tot 27. Via advertenties kwamen dus mensen binnen met gemiddeld meer kenmerken van problematisch gokken.
In de gecombineerde groep rapporteerden mannen vaker minstens één schadevorm dan vrouwen: 40,1 tegenover 29,4 procent. Onder deelnemers jonger dan 35 jaar was het 49,6 procent, tegenover 31,9 procent bij oudere deelnemers.
Ook schade bij lagere PGSI-scores
Deelnemers in de hoogste PGSI-categorie meldden het vaakst schade. In die groep had 83 procent in de afgelopen twaalf maanden spaargeld gebruikt om te gokken en had 86 procent zich door het gokken een mislukking gevoeld. Bij deelnemers zonder kenmerken van problematisch gokken lagen die percentages op 3 en 1 procent.
In de categorie met enige kenmerken voelde 11 procent zich in de afgelopen twaalf maanden een mislukking door het gokken. Negen procent meldde sombere of depressieve gevoelens. Trimbos wijst daarom op het belang van aandacht voor schade bij mensen die buiten de zwaarste categorie vallen.
De gevolgen hingen bovendien vaak samen. Stress, gevoelens van mislukking, somberheid en minder slapen kwamen regelmatig naast elkaar voor. Bij financiële schade zag het instituut onder meer een sterk verband tussen geld lenen en bezittingen verkopen. Bij een financieel signaal adviseren de onderzoekers professionals daarom ook naar relaties en mentale gezondheid te kijken.
Meer schade bij meerdere gokproducten
Onder deelnemers die één gokproduct gebruikten, rapporteerde 22,8 procent minstens één vorm van schade. Bij vijf of meer producten was dat 60,4 procent. Online en fysiek spelen van hetzelfde product tellen afzonderlijk mee: online en in een winkel sportweddenschappen afsluiten levert in deze telling twee producten op.
Deelnemers die uitsluitend online speelden, meldden vaker schade dan mensen die alleen fysiek gokten: 37,3 tegenover 28 procent. Bij mensen die beide combineerden was het 39,1 procent. Het hoogste aandeel deelnemers met schade werd gevonden bij poker, online casinospellen, online gokkasten en landgebonden sportweddenschappen. Loterijen lieten relatief de minste schade zien. Deelnemers kunnen meerdere spellen gebruiken, waardoor schade niet zomaar aan één spel is toe te schrijven.
OCA beschreef ook het onderzoek van Amsterdam UMC naar gokschade in speelgegevens. Daar staan onder meer speelpatronen centraal; de Trimbos-vragenlijst vraagt deelnemers naar de gevolgen die zij ervaren.
De kennisupdate is bedoeld voor professionals en beleidsmakers. ZonMw subsidieerde de ontwikkeling van de vragenlijst. De kennisupdate is uitgebracht met subsidie van de Kansspelautoriteit. De onderzoeksgegevens zijn openbaar beschikbaar via OSF, een website voor het delen van wetenschappelijk onderzoek. De auteurs zijn Sjoerd van Halem, Suzanne Geurts, Eline Kalmijn en Antonius J. van Rooij.
Gepubliceerd op .