Sinds de legalisering van online gokken in 2021 zijn meer jongeren gaan gokken. Minister Aartsen van Werk en Participatie noemt dat zorgelijk. Of gokken er ook voor zorgt dat meer jongeren in de bijstand belanden, weet het kabinet niet. Dat antwoord staat in nieuwe Kamervragen over de stijgende bijstandsinstroom. Het onderwerp gokken is makkelijk te missen: het staat pas bij vraag 9 van een document dat in de titel alleen over jongeren in de bijstand gaat.
Ruim 42.000 jongeren kregen bijstand
Begin 2026 ontvingen ongeveer 42.000 jongeren tot 27 jaar een bijstandsuitkering. Eind 2025 waren het er volgens de tabel in het Kamerstuk 42.250, tegenover 35.280 eind 2021. De stijging hield op het moment van de vragen al dertien kwartalen aan. Jongeren vormen iets meer dan 10 procent van alle circa 410.000 mensen met bijstand. Dat aandeel schommelt volgens Aartsen al langer rond de 10 procent. Veel jongeren blijven bovendien maar kort in de uitkering en stromen weer uit. De grootste aantoonbare stijging zit volgens de minister bij jongeren met een herkomst buiten Europa, onder wie statushouders. Andere mogelijke oorzaken zijn moeilijker uit de cijfers te halen. CBS-gegevens geven bijvoorbeeld geen volledige uitsplitsing naar eerdere baan, kwetsbare positie of reden van instroom.
Geen bewijs dat online gokken jongeren in de bijstand brengt
Kamerlid Wimar Bolhuis vroeg of problematische schulden door online gokken en achteraf betalen bijdragen aan de bijstandsinstroom. Aartsen antwoordt dat sinds 2021 meer jongeren gokken, maar trekt geen rechte lijn naar de uitkering. “Het is niet bekend of jongeren door het gebruik van BNPL-diensten of gokken vaker in de bijstand instromen”, schrijft de minister. BNPL staat voor buy now, pay later: een aankoop nu doen en pas later betalen. Een stapeling van problemen kan volgens hem wél eindigen in de bijstand. Hij noemt oplopende schulden, mentale gezondheidsproblemen, baanverlies en schooluitval. Dat is een mogelijke route, geen vastgesteld causaal verband met online gokken.
Bijna helft jongeren noemt mentale gezondheid niet goed
Het antwoord laat ook zien waarom één oorzaak aanwijzen lastig is. Gemeenten melden volgens de minister steeds meer jongeren in de bijstand met mentale en psychosociale problemen. Angst- en depressiegevoelens onder 16- tot 25-jarigen stegen volgens de aangehaalde onderzoeken van 38 procent in 2014 naar 52 procent in 2024. Daarnaast hebben jonge werknemers vaker een flexibel contract. Bij verlies van werk hebben zij minder vaak een partnerinkomen of eigen vermogen waarop zij kunnen terugvallen. In 2024 stroomde 5,6 procent van de jongeren tot 25 jaar na de WW door naar de bijstand. Voor alle leeftijden samen was dat 3,7 procent. Die cijfers zeggen niets over hoeveel van deze jongeren gokken. Ze maken vooral duidelijk dat schulden, gezondheid, werk en opleiding door elkaar kunnen lopen.
Geen apart onderzoek naar de stijging
Het kabinet begint voorlopig geen afzonderlijk onderzoek naar de oorzaken van de groeiende jongereninstroom. In 2027 volgt wel een brede evaluatie van het bijstands- en participatiebeleid. Daarin komt speciaal aandacht voor wat wetenschappelijke literatuur over de stijging zegt. Voor gokschade verwijst Aartsen naar de herziening van de regels voor online gokken en de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade. Die agenda richt zich onder meer op voorlichting, minder normalisering van gokken onder jongeren, vroeg herkennen van problemen en sneller doorsturen naar hulp.
De verantwoordelijkheden liggen verspreid over meerdere ministeries. Justitie en Veiligheid gaat over het kansspelbeleid, Financiën speelt een rol bij consumentenkrediet en Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij schulden en bijstand. Juist door die verdeling ontbreekt vooralsnog één onderzoek dat laat zien hoeveel jongeren door gokschulden uiteindelijk een uitkering nodig hebben.
Gepubliceerd op .
