Britse onderzoekers vinden een verband tussen de nabijheid van fysieke goklocaties en deelname aan online gokken. Vooral in landelijke en voorstedelijke gebieden is de geschatte kans op online deelname groter bij bewoners die dichter bij zulke locaties wonen. Hun studie verscheen op 10 oktober in het Journal of Gambling Studies. In Nederland speelt een deel van de kansspeldeelnemers zowel fysiek als online. Volgens de meting van 2026 naar deelname aan kansspelen was dat 12 procent van alle kansspeldeelnemers. Dat gaat over meer dan een bezoek aan een casino: ook bijvoorbeeld bingo en krasloten vallen onder fysieke kansspelen.

Afstand tot de vier dichtstbijzijnde goklocaties
Jing Zhang, Luning Li en Emmanouil Tranos, verbonden aan de universiteiten van Bristol en Glasgow, gebruikten voor hun Britse onderzoek naar fysieke en online gokdeelname een enquête uit 2022. Van 11.977 volwassenen konden zij de antwoorden koppelen aan gegevens over de woonomgeving. De deelnemers hadden verteld of zij in het voorafgaande jaar hadden gegokt en of dat online, fysiek of op beide manieren was. De onderzoekers berekenden onder meer de gemiddelde afstand van de woning tot de vier dichtstbijzijnde goklocaties. Vervolgens schatten zij hoe de kans op online deelname veranderde met die afstand. Daarbij hielden ze rekening met verschillen tussen deelnemers en probeerden ze ook andere invloeden vanuit de woonomgeving mee te nemen.
Een voorbeeld uit het model maakt het verschil zichtbaar. Bij een gemiddelde afstand van 500 meter tot die vier locaties kwam de geschatte kans op online deelname uit op 14,5 procent. Bij 2,5 kilometer was dat 12,6 procent. Voor bewoners van landelijke en voorstedelijke gebieden was het verschil groter: 14,7 tegenover 12,1 procent. Het gaat om geschatte deelnamekansen onder de onderzochte volwassenen, inclusief mensen die niet gokten. De uitkomsten waren niet overal hetzelfde. In dichtbebouwde stedelijke gebieden vonden de onderzoekers andere patronen dan daarbuiten. Ook maakte het uit of zij afstand gebruikten of het aantal goklocaties in een gebied. Zij werkten met bestaande enquête- en locatiegegevens; er werden voor dit onderzoek geen goklocaties geopend of gesloten.
Fysiek en online spelen in Nederland
Ipsos I&O vroeg in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) 6.948 inwoners van Europees Nederland naar hun gokgedrag. De deelnemers waren 16 jaar of ouder. Het veldwerk vond plaats van 27 maart tot 19 april 2026 en de vragen gingen over de voorafgaande twaalf maanden. WODC publiceerde de resultaten op 25 augustus. Voor de verdeling tussen fysiek en online keek het onderzoeksbureau naar de 4.633 respondenten die minstens één kansspel hadden gespeeld. Van die deelnemers speelde 12 procent zowel fysiek als online en 2 procent uitsluitend online. In deze uitsplitsing zijn ook de mensen meegeteld die alleen een lot kochten.
Bij de fysieke spelen telt het rapport naast casinospellen ook krasloten, bingo, speelautomaten, poker en weddenschappen op sport en paarden mee. Loterijen worden in deze uitsplitsing apart gehouden. De Nederlandse meting beschrijft wie online en fysiek speelt. De Britse studie kijkt daarnaast naar de afstand tot goklocaties rond de woning.
Kortere afstand hangt samen met meer gokdeelname
De Britse onderzoekers rekenden in twee stappen. Eerst onderzochten ze de kans dat iemand überhaupt gokt. Daarna bekeken ze onder de gokkers welk deel online speelde. Meer online deelnemers in een buurt kan immers ook ontstaan doordat daar meer mensen aan kansspelen meedoen, zonder dat het online aandeel onder die gokkers sterk verandert. Gemiddeld vonden ze geen overtuigend verband tussen de afstand en de verdeling van online en fysiek spelen onder de mensen die al gokten. Het hogere geschatte aandeel online deelnemers kwam vooral voort uit een hogere kans op gokdeelname in het algemeen.
Bij afzonderlijke speelvormen liep het beeld verder uiteen. Voor online weddenschappen vonden de onderzoekers bij landelijke en voorstedelijke bewoners een verband met de afstand. Voor casinospellen, bingo en automaten samen waren de uitkomsten statistisch onvoldoende overtuigend om zo’n afzonderlijk effect vast te stellen. De studie telt deelname en onderzoekt geen speelfrequentie, verloren bedragen of gokverslaving.
Online deelname in Nederland lager dan in 2025
Van alle inwoners vanaf 16 jaar speelde 9 procent online, tegenover 12 procent in de meting van 2025. Bij deze vergelijking gaat het om de hele bevolking vanaf 16 jaar, dus ook de mensen die helemaal niet gokten. Ook het aandeel dat beide vormen combineerde werd kleiner. Dat was in 2025 16 procent van alle kansspeldeelnemers en in 2026 12 procent. Ipsos I&O baseert de cijfers op wat respondenten zelf over het voorafgaande jaar vertellen. Het bureau weegt de antwoorden naar onder meer leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en regio.
Radboud wil gokgedrag langer volgen
Radboud Universiteit beschreef in september een onderzoek naar de ontwikkeling van gokgedrag en gokschade met drie geplande meetrondes onder circa duizend mensen met recente gokervaring. Het project, Beyond the Odds, wil hun antwoorden koppelen aan bestaande gegevens uit het LISS-panel, een Nederlands onderzoekspanel. Daarin staan onder meer gegevens over mentale gezondheid, persoonlijkheid, relaties en gebeurtenissen in het leven van deelnemers. Zo kunnen de onderzoekers ook kijken naar omstandigheden die al vóór veranderingen in het gokken aanwezig waren.
Brits archiefbeeld, 1 februari 2013: Bristol : William Hill Betting Shop, Lewis Clarke / Geograph, via Wikimedia Commons (CC BY-SA 2.0;licentie)
Gepubliceerd op .