Onderzoekers UMC willen gokschade eerder zien in speelgegevens

Geplaatst: bijgewerkt: auteur Ingeborg PostemaIngeborg

Onderzoekers rond Amsterdam UMC willen met echte speel- en transactiegegevens beter herkennen wanneer gokken uit de hand loopt. In een nieuw ZonMw-interview van 29 oktober 2026 bespreken Ruth van Holst en Jeroen Hairwassers groepsdruk onder jongeren met gokschade en onbekendheid met hulp bij beginnend gokgedrag. Het vervolgproject, onder leiding van Van Holst, combineert die ervaringen met onderzoek naar spellen, gokreclame en speelpatronen. De onderzoekers willen mensen die gokken vragen hun gokgegevens te delen. De projectbeschrijving noemt onder meer de ontwikkeling van een openbaar detectiemodel voor risicovol speelgedrag.

Zonmw Gokonderzoek Onderzoeksmap

Gokken wordt een vast onderdeel van de week

Van Holst is universitair hoofddocent bij de afdeling Psychiatrie van Amsterdam UMC. Hairwassers werkt als docentonderzoeker bij Fontys en is als buitenpromovendus verbonden aan Amsterdam UMC. Zij werkten samen aan het project What makes them tick, over gokgedrag onder jongvolwassenen.

In het interview met ZonMw beschrijven zij drie fases uit de gesprekken met jongeren: een vroege kennismaking, intensiever gokken dat een plek krijgt in de wekelijkse routine, en escalatie waarbij de controle verdwijnt. De eerste ervaringen kunnen al vóór het achttiende jaar liggen. Jongeren met gokschade ervaren volgens Van Holst meer groepsdruk om te gokken.

Voor het vragenlijstonderzoek deden bijna 1.000 mensen van 16 tot 30 jaar mee. Na zes maanden namen ongeveer 400 van hen ook aan een tweede meting deel. Daarnaast interviewde het team circa 35 jongeren. De eerste onderzoeksresultaten werden in 2025 gepresenteerd.

Vijf onderzoeken naar spelers en spellen

Het vervolgonderzoek heet Kwetsbare spelers, spelkenmerken, speelgedrag. Volgens de officiële projectpagina loopt het van 2026 tot 2031. Het bestaat uit vijf samenhangende onderzoeken naar wie kwetsbaar is voor gokschade, welke eigenschappen van spellen en gokomgevingen risico’s beïnvloeden en hoe schadelijke patronen eerder kunnen worden herkend.

Daarvoor combineren de onderzoekers interviews met gegevens uit onderzoekspanels, sociale media, gokwebsites en speel- en transactiegegevens. Zij willen ook beoordelen hoe begrijpelijk risico-informatie op goksites is. Ervaringsdeskundigen helpen bij het formuleren van vragen, het beoordelen van resultaten en het ontwikkelen van toepassingen.

Het beoogde detectiemodel wordt open source: de broncode moet openbaar beschikbaar komen. Andere geplande producten zijn een risicoprofiel van gokspellen en een model waarmee onderzoekers het ontstaan van gokschade kunnen nabootsen.

Bij het consortium zijn naast Amsterdam UMC onder meer Radboud Universiteit, Universiteit Maastricht, Universiteit van Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam betrokken. Zorgorganisaties en het Trimbos-instituut werken met onderzoekers en ervaringsdeskundigen samen.

Schaamte en onbekendheid met hulp

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) publiceerde op 30 september 2025 al een verwant kwalitatief onderzoek van Amsterdam UMC. Dat was gebaseerd op ongeveer vijftig diepgaande gesprekken over gokproblemen, met spelers, naasten en hulpverleners. Daarin kwamen schaamte, onbekendheid met hulp en de gevolgen voor relaties, geld en gezondheid naar voren.

Spelers met ernstigere problemen beschreven het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) als een waardevolle tijdelijke stopmaatregel. Zij vroegen ook om ondersteuning nadat de uitsluiting afloopt. Mensen met matige problemen en hun naasten kenden het register minder goed. De onderzoekers adviseerden kortere wachttijden en onderzoek naar hoe ervaringsdeskundigen kunnen helpen bij de toegang tot zorg.

Ook professionals uit de eerder beschreven Antenne Regiomonitor over jonge gokkers zagen gokken terugkeren in vriendengroepen en op school. Dat onderzoek beschreef jongeren die al extra risico liepen. In onze uitleg over gokproblemen en hulp staan mogelijkheden voor ondersteuning.

 

Gepubliceerd op .