Erasmus doet onderzoek naar gokproblemen bij groep jongeren

Geplaatst: bijgewerkt: auteur Ingeborg PostemaIngeborg

Erasmus Universiteit Rotterdam gaat onderzoeken hoe gokproblemen bij jongeren ontstaan. Het team van Ingmar Franken gebruikt daarvoor drie onderzoeken die deelnemers al jarenlang volgen. Zo beschikt het over gegevens uit hun jeugd, vaak van ruim voordat zij begonnen met gokken. De universiteit maakte de financiering door ZonMw op 7 oktober bekend. De onderzoekers combineren Generation R, de Amsterdam-Born Children and their Development-studie (ABCD) en Growing Up Together in Society (GUTS). Het zijn bestaande onderzoeken naar opgroeien en gezondheid. Voor het nieuwe project worden binnen Generation R en GUTS ook aanvullende gegevens over gokken verzameld.

Het team wil jongeren met een verhoogd risico eerder kunnen herkennen. In de aankondiging van Erasmus staat hoe de onderzoekers dat gaan aanpakken: zij koppelen informatie over gokgedrag aan gegevens over de ontwikkeling van dezelfde deelnemers.

Erasmus Jeugdonderzoek Met Logo

Jaren aan gegevens over opgroeien

De drie studies bevatten al informatie over gezondheid, gedrag en leefomstandigheden. Deelnemers hebben op verschillende leeftijden vragen beantwoord en metingen ondergaan. Het onderzoeksteam kan daardoor bekijken welke kenmerken al aanwezig waren voordat iemand later gokproblemen kreeg. Die tijdlijn is bruikbaar bij onderzoek naar verslaving. De onderzoekers hoeven deelnemers bijvoorbeeld niet alleen te vragen hoe zij jaren geleden opgroeiden. Zij kunnen ook hun eerdere antwoorden erbij nemen. Het nieuwe project onderzoekt welke verbanden er zijn tussen die ontwikkeling en later gokgedrag.

Een vergelijkbare aanpak komt terug in het onderzoek van Radboud naar gokschade. Daar willen onderzoekers ongeveer 1.000 mensen met recente gokervaring volgen en nieuwe antwoorden koppelen aan een bestaand bevolkingspanel. Erasmus gebruikt juist studies die al veel over de jeugd van deelnemers weten.

Kinderen uit Rotterdam en Amsterdam

Generation R begon in Rotterdam met zwangere vrouwen. In de oorspronkelijke studie deden 9.778 moeders mee, met een verwachte bevallingsdatum tussen april 2002 en januari 2006. Dat staat in de wetenschappelijke beschrijving uit 2017. De Erasmus-aankondiging noemt nog geen omvang voor de deelnemersgroep van het nieuwe gokonderzoek. Het onderzoek volgt de ontwikkeling van kinderen met onder meer vragenlijsten, gesprekken en lichamelijke metingen. Gedrag en denkvermogen behoren tot de onderwerpen, naast bijvoorbeeld groei en gezondheid. Daardoor bestaat er over deelnemers informatie uit verschillende levensfasen, ruim vóór hun volwassen jaren.

ABCD volgt ongeveer 8.000 kinderen die in 2003 en 2004 in Amsterdam werden geboren. Ook daar startte het onderzoek tijdens de zwangerschap. De studie gebruikt vragenlijsten, bloedonderzoek en gezondheidsmetingen om te bekijken hoe vroege leefgewoonten en omstandigheden samenhangen met latere gezondheid. De Amsterdamse onderzoekers hebben inmiddels verschillende fasen doorlopen, van de kleutertijd tot jongvolwassenheid. Hun openbare overzicht noemt voor die laatste fase de jaren 2023 tot en met 2025. De bestaande verzameling wordt nu benut voor vragen over gokgedrag op jongvolwassen leeftijd.

Gokken bespreken met jongeren

Bij GUTS staat de ontwikkeling van jongeren binnen de samenleving centraal. De wetenschappelijke onderzoeksopzet beschrijft vier groepen deelnemers en combineert vragenlijsten met gedragstaken en onder meer hersenmetingen. De onderzoekers bekijken hoe jongeren hun gedrag sturen en omgaan met wat hun omgeving van hen vraagt. Een van de groepen bestaat uit een volledig sociaal netwerk. Daarmee kunnen de onderzoekers ook kijken naar de contacten die jongeren kiezen en de wisselwerking met hun ontwikkeling. Andere groepen maken vergelijking tussen jongeren met verschillende sociaaleconomische achtergronden mogelijk. Dat brede onderzoek vormt de basis voor het nieuwe gokdeelonderzoek.

Jongeren krijgen daarnaast zelf een stem. Het Erasmus-team organiseert gesprekken met gokkers van 15 tot 25 jaar en mensen die eerder gokproblemen hadden. Hun ervaringen helpen bepalen welke mogelijke risicofactoren het team gaat bekijken.

ZonMw financiert vijf jaar onderzoek

ABCD meldde op 1 september al dat het project ‘Vroeg inzicht, minder gokschade’ €2,5 miljoen van ZonMw ontvangt. Onder leiding van Tranzo, Tilburg University, werken onderzoekers vijf jaar aan voorspelling, preventie en vroege herkenning van gokproblemen. Het combineren van de drie jeugdonderzoeken is één deelproject daarvan. ZonMw kondigde op 31 augustus in totaal €8 miljoen voor drie samenwerkingsverbanden aan. Die richten zich op het begrijpen, voorkomen en behandelen van gokschade. Die schade kan financiële problemen omvatten, maar ook gevolgen voor gezondheid, relaties en het dagelijks leven.

OCA beschreef ook de eerdere subsidies voor onderzoek naar gokproblemen, waaronder projecten over behandeling en gokreclame. Voor het nieuwe onderzoek bij Erasmus wordt een promovendus aangesteld. De universiteit noemt in haar aankondiging nog geen datum waarop de eerste resultaten worden verwacht.

Gepubliceerd op .