Jongeren die zeggen dat hun ouders meestal weten waar ze zijn, melden minder vaak dat ze online gokspellen hebben gespeeld. Ook de omgang met docenten en de houding van vrienden tegenover gokken hangen samen met hun gokgedrag. Het Trimbos-instituut ziet daarom een rol voor ouders, scholen en sportclubs bij het voorkomen van gokken onder minderjarigen.
Trimbos lichtte het onderzoeksrapport op 20 oktober toe. De Kansspelautoriteit (Ksa) gaf opdracht voor het onderzoek. Daarvoor legden onderzoekers wetenschappelijke literatuur naast gegevens uit twee Nederlandse GGD-regio’s. Een van de bevindingen gaat over sport: jongeren die vaker sporten, melden juist vaker dat ze online gokspellen hebben gespeeld.
Ouders die weten waar hun kind is
De onderzoekers gebruikten cijfers uit de Gezondheidsmonitor Jeugd van 2023 in Rotterdam-Rijnmond en Noord- en Oost-Gelderland. Spelen met en zonder geld is in de analyse samengevoegd. Van de jongeren die aangeven dat hun ouders meestal of altijd weten waar ze zijn, meldde in beide regio’s 8 procent online gokspellen te hebben gespeeld. Bij jongeren van wie de ouders dat weinig of niet weten, was dat 18 tot 20 procent. Ook jongeren die veel tijd met hun ouders doorbrengen, meldden dit minder vaak.
Leerlingen uit klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs beantwoordden de vragen. De afzonderlijke groepen waren te klein om spelen met en zonder geld apart te analyseren. De meting gaat over deelname aan gokspellen, niet over kansspelverslaving. De verbanden laten ook niet zien wat oorzaak en gevolg is.
Uit de literatuur komt daarnaast het belang van het voorbeeld van ouders naar voren. Kinderen van ouders die zelf gokken of er positief tegenover staan, gokken volgens de besproken onderzoeken vaker. Dat voorbeeld kan heel concreet zijn: een kraslot voor een kind kopen, thuis laten meedoen of toegang geven tot een gokaccount. Omgekeerd lijken jongeren minder vaak te gokken als hun ouders duidelijke grenzen stellen rond gokken.
Een goede band met ouders hangt in de literatuur samen met minder gokgedrag. Daarbij gaat het onder meer om vertrouwen, emotionele steun en samen tijd doorbrengen. De vraag in de GGD-monitor of jongeren bij hun ouders terechtkunnen als ze ergens mee zitten, leverde op zichzelf geen duidelijk verband op.
De rol van vrienden en docenten
Ook buiten het gezin kunnen jongeren gokken als iets gewoons gaan zien. Als vrienden gokken of er positief over denken, zijn jongeren volgens de literatuur eerder geneigd mee te doen. Het rapport noemt het aanpassen aan de normen en verwachtingen binnen de vriendengroep als mogelijke verklaring.
Jongeren die een goede omgang tussen leerlingen en docenten ervaren, meldden in beide GGD-regio’s minder vaak online gokspellen te hebben gespeeld. Datzelfde gold voor leerlingen die school leuk vinden. Verveling op school hing juist samen met meer deelname.
Sport en gokken liggen dicht bij elkaar
Bij sport ziet Trimbos een risico door de verwevenheid met gokken. Reclame, sponsoring en het wedden op wedstrijden hebben sport en gokken sterk met elkaar verbonden. Volgens de besproken literatuur kunnen vooral jonge mannelijke sporters en sportfans daardoor weddenschappen als een normaal onderdeel van sport gaan beschouwen.
Onderzoeker Anouk Tuijnman zegt bij de publicatie: “Jongeren die vaker sporten, gokken over het algemeen ook vaker.” Voor andere activiteiten, zoals muziek, scouting en toneel, vonden de onderzoekers in de GGD-gegevens geen duidelijk verband. Trimbos noemt een gokvrije sportomgeving als een van de mogelijkheden voor gemeenten en lokale organisaties om preventie vorm te geven.
In Nederland mogen vergunninghouders voor online kansspelen sinds 1 juli 2025 niet meer sponsoren. Dat verbod omvat ook sportsponsoring. Sinds 1 juli 2023 geldt al een verbod op ongerichte reclame voor online kansspelen. De GGD-gegevens meten niet wat het latere sponsorverbod heeft veranderd. Trimbos noemt bij de nieuwe publicatie een algeheel reclameverbod als voorbeeld om gokken minder zichtbaar te maken.
Gokken als nieuw thema in bestaande aanpak
De Ksa liet het onderzoek uitvoeren om te verkennen of Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) bruikbaar is voor gokpreventie. Deze aanpak bestaat al voor onder meer het voorkomen van alcohol- en drugsgebruik, roken en vapen. Gemeenten werken samen met ouders, scholen, sportverenigingen en culturele organisaties. Zij gebruiken lokale cijfers om te bepalen welke risico’s aandacht vragen en wat jongeren kan beschermen.
De komende tijd verkent OKO hoe gokken stap voor stap een plek kan krijgen. Daarbij wil Trimbos aansluiten bij bestaande initiatieven, waaronder het schoolprogramma Helder op School en het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Schade door Gokken. Voor scholen noemt het instituut bijvoorbeeld voorlichting, afspraken over gokken en goed kunnen doorverwijzen naar hulp. Voor ouders gaat het om steun bij de opvoeding. Gemeenten hebben in die samenwerking de leiding en kunnen ondersteuning krijgen van een OKO-adviseur.
Stockfoto ter illustratie: Mary Taylor / Pexels
Gepubliceerd op .
